
In 1275 verleent Guy van Henegouwen Amsterdam haar stadsrechten. Reeds sinds die tijd treffen we een wapenmotief in de omgeving van de stad aan met een rood veld, een zwarte balk en daarin drie zilveren Andrieskruisen. De zwarte balk met de zilveren kruisen komt zowel horizontaal als verticaal in het wapenbeeld voor.
De vroegste familie in Amsterdam bij wie kruisen op dwarsbalken in hun wapen aanwijsbaar zijn, is de familie Persijn, van wie Jan Persijn van 1280-1282 als heer van de stad bekendheid geniet. Bij andere nederzettingen in de omgeving vinden wij deze kruisen eveneens in het wapen terug: Amstelveen had er vier en Ouderkerk, als oudere nederzetting, vijf.
Wat de oorsprong van de kruisen is, is niet zo duidelijk. Of er als symbool een verbinding is met het andrieskruis, is verre van zeker omdat het kruis in de vorm van een x voor de heilige Andreas pas aan het einde van de 12e eeuw in zwang kwam. Vermoedelijk zijn de kruisen in het Amsterdamse wapen gewone kruisjes als de eenvoudigste vorm van merktekens geweest, die later in de heraldiek de naam Sint-Andrieskruisen hebben gekregen.